Column: straf of beloning
|
Straf of beloning – de grote verwarring Alles eindigt in straf en van een beloning is geen sprake. Althans, zo lijkt het. Wat een heerlijke zomer. Eindelijk eens dagen achter elkaar lekker weer. Dus genieten: buiten eten, een rosé erbij, een lekker ijsje en ach ja, het is vakantie, nog een rosé of nog een ijsje. De straf is bijna ogenblikkelijk op de weegschaal af te lezen. Twee kilo erbij, terwijl ik er toch juist twee af wilde hebben.
Soms word ik er moedeloos van. Ik houd mij hele tijden keurig aan alle regels en niks geen beloning. Maar één streepje over de schreef en ik krijg wel straf - in welke vorm dan ook. Ik doe bijvoorbeeld steeds keurig geld in de parkeerautomaat. Meestal meer dan nodig, want ik parkeer nooit precies de toegestane tijd, eigenlijk altijd minder. Dat teveel betaalde geld krijg ik niet terug. En een beloning voor het mij netjes houden aan de parkeergeld regels bestaat zelfs niet. Die ene keer dat ik vergeet een dubbeltje in de automaat te doen om twee minuten iets in een winkel te halen, heb ik wel een parkeerbon.
Ik denk dat ik het begrijp. Straf is er om je te leren dat er regels zijn en dat jij je aan de regels dient te houden. Dus als je je aan de regels houdt is dat geen reden voor beloning. Dat is gewoon doen zoals het hoort. Beloning is voor een uitzonderlijk iets… een…..????? Tja, hier stokt mijn wijsheid. Waar is beloning eigenlijk voor?
Beloning lijkt te horen bij iets van iemand anders. Als ik iets doe voor iemand, iets wat die ander graag wil, dan krijg ik een beloning. Als ik een product koop waar de winkelier van af wil, dan krijg ik een ander product er gratis bij. Voor mij geen beloning, want ik wil dat andere product helemaal niet hebben. En ik doe het zelf ook. Als ik hard gewerkt heb, harder dan ik eigenlijk wilde, dan beloon ik mijzelf. Dan ‘mag’ ik dat leuke shirtje kopen, dat ik eerst niet kocht omdat ik het niet nodig heb. Maar nu het om een beloning gaat, mag ik het wel.
Die fysieke vormen van straf en beloning zijn nog overzichtelijk. In de emotionele vorm schuilt volgens mij het gevaar. Dan ben ik chantabel. Niet zo fijn om te erkennen, maar als ik aardig gevonden wil worden, de beloning, dan doe ik dingen om dat te bereiken. Dan zeg ik bijvoorbeeld dat het eten ‘heerlijk is’, terwijl ik denk ‘die kan niet koken’. Of ik luister naar een eindeloos verhaal dat mij totaal niet interesseert, maar de man die het vertelt vind ik interessant. Ik raak in verwarring of de beloning een beloning is of toch meer straf. En als ik mijzelf straf, door bijvoorbeeld alle suiker te laten staan, ook géén ijsje, dan is dat eigenlijk een beloning voor mijn gezondheid.
Ik kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het hele straf/beloning gebeuren alleen maar iets is dat tussen mijn oren zit. Straf noch beloning bestaat. Het is een concept dat alleen in mijn beleving bestaat. Dat ik gebruik als ik mijzelf ergens toe wil aanzetten, als motivatie. Of als ik mijzelf ergens van af wil houden, ter bescherming. Als ik ophoud met het idee dat ik mijzelf straf of beloon, dan hoef ik ook geen angst te hebben dat ik anderen straf of beloon.
Inga Teekens
uw reactie op deze column |
