Column: verschil

Ik zit in een restaurant.

Een gezin komt aan de tafel voor mij te zitten: vader, moeder, twee dochters en twee zonen.

Vader en moeder tegenover elkaar. De meisjes ook en de jongens zitten aan het eind van de tafel ook tegenover elkaar.

 

De grote dochter is misschien zestien? Haar uiterlijk lijkt bedrieglijk. Zij is voortdurend met haar uiterlijk bezig. Haar los, haar in een staart, kijken in de spiegeling van het raam en haar weer los. De kleine dochter heeft oordoppen in en is uitsluitend met een apparaat bezig. Zij lijkt een jaar of acht. Heel soms maakt zij contact met kleine broer. Grote broer is een jaar of tien. Hij speelt met kleine broer een spel met kaarten. Kleine broer is misschien vijf?

 

Dan opeens is er herrie in de tent. Grote zus knijpt grote broer. Kleine broer huilt, vader is boos. Hij wijst met z’n vinger en uit dreigementen. Kleine broer staat op en gaat op de verwarming zitten. Moeder draait zich om en zegt: “Als je zo gek doet, dan ga jij maar naar huis”. Grote zus stompt grote broer.

 

Moeder staat op. Pakt kleine broer bij de arm en zet hem op de stoel. Ze zegt iets wat ik niet versta. Zij wijst met haar vinger en het kleine mannetje trekt een ‘schuld gezicht’. Grote broer en grote zus knijpen, slaan en schoppen. Grote broer huilt. Moeder zegt voor mij onverstaanbare dingen. Stilte valt aan de tafel.

 

Vader drinkt bier, moeder wijn. Grote dochter heeft ook een glas. Het gesprek voltrekt zich aan die kant van de tafel. Grote dochter ver-telt ‘spannende’ verhalen aan moeder, die soms lacht. Vader luistert mee. Aan de andere kant van de tafel is het stil.

 

Kleine broer staat op. Hij wil naar het toilet. moeder zegt: “Doorlopen en aan het eind kijk je maar.”

 

Gelukkig, het eten komt. Het is stil aan tafel. Alleen vader en moeder praten. Kleine zus heeft haar oordoppen uitgedaan. Kleine broer staat op en gaat naar moeder, fluistert en loopt weg. Even later komt hij met een flesje drinken aan.

 

Iedereen eet, grote dochter vertelt een verhaal. De rest van de tafel is stil. Kleine broer is bezig met ’n speeltje dat bij het flesje zat. Hij staat regelmatig op en komt dan weer terug aan tafel. Kleine zus heeft haar oordoppen weer ingedaan en is verder bezig met haar apparaat.

 

Grote broer wil wat drinken en pakt de waterfles. Dat levert hem een stomp van grote zus op. Hij reageert niet. Moeder pakt de fles en zet die weg. Vader en moeder eten nog en praten met grote zus. Grote broer neemt nog een broodje en doet z’n best aansluiting te krijgen bij het gesprek.

 

Achter mij is een gezin komen zitten. Vader, moeder, grote broer en kleine broer. Er lijkt iets te zijn met kleine broer. Hij geeft geluid maar spreekt niet. Hij is misschien 4? Grote broer lijkt een jaar of 8.

 

Vader zegt als kleine broer schreeuwt omdat grote broer iets doet: “ik haat het als hij zo schreeuwt. En dat doet hij als jij dit doet. Wil jij daar mee ophouden?”

 

Na een tijdje komt het eten. Kleine broer laat z’n trekkoffertje voortdurend in de rondte draaien. Moeder zegt: “Ach hij is moe, kijk dan.” Grote broer, vader en moeder praten met elkaar. Kleine broer is met zichzelf bezig.

 

Kleine broer en ik maken contact met een lachje en oogcontact. Dan komt hij naar me toe. Ik zeg: “Ben jij lekker aan het spelen?” Hij antwoordt niet. Dan komt hij na een tijdje ineens naar me toe met een autootje. Ik zeg: “Wat een mooie auto vind ik dat.” Hij laat de auto over de leuning van de stoel rijden. Dan komt hij met een tweede auto. Ik zeg: “Dat is een rode auto.” Hij zet beide auto’s bij mij op tafel. Dan loopt hij weer weg. Ik hoor moeder zeggen: “Nou gaat hij alle auto’s daar brengen.” Even later komt hij nog een auto brengen.

 

Moeder doet een tweede poging kleine broer te laten eten. “Wil je nog een hapje? Kom je even bij mamma zitten?” Het jongetje eet een beetje en drentelt dan weer rond. Hij komt weer even kijken. Ik doe olleke bolleke met m’n eigen vuisten. Hij doet het na. Ik hoor de moeder: “ Kijk nou, hij doet mee.”

 

Als ze weggaan maakt grote broer een grap door de jas van kleine broer aan te trekken. Vader en moeder lachen. Kleine broer begrijpt het niet. Als ze weglopen zie ik vader een aai over de bol van kleine zoon geven en moeder doet hetzelfde bij grote broer.

 

Aan de andere tafel zijn de kleine kinderen met het spel aan een andere tafel aan het spelen gegaan, ondanks een aanvankelijk verbod van vader. Kleine zus, zonder oordoppen, knijpt kleine broer en scheldt grote broer uit. De ‘groten’ drinken en eten door. Dan begint een fysiek gevecht tussen kleine zus en grote broer. Het gaat door zonder interventie van de ouders.

 

Ik ga weg. Wat een verschil.

 

Inga Teekens

 

 

 



uw reactie op deze column

naam*
e-mailadres
internetadres
reactie*
   
rss